Voor meer informatie of een persoonlijk gesprek

Anjo Luhukay-Kampman

Mobielnummer: 06 50 20 51 50
@mailadres: hetlammetje@outlook.com

Welkom

Het Lammetje

Christelijke kinderopvang

Pedagogisch beleidsplan

Het pedagogisch beleidsplan van het Lammetje bevat vijf belangrijke pedagogische basisdoelen:

  1. Het kind moet zich emotioneel veilig voelen,
  2. Ieder kind moet zijn/haar sociale competenties kunnen ontwikkelen,
  3. Ieder kind moet zijn/haar persoonlijke competenties kunnen ontwikkelen,
  4. Het bijbrengen van respect voor normen en waarden is een belangrijk aspect bij de opvoeding van het kind,
  5. In de omgang met het kind wordt rekening gehouden dat ieder kind uniek is. 


Emotionele veiligheid

Ik vind het erg belangrijk in de groep een sfeer te scheppen van veiligheid en vertrouwen. Elk kind mag er zijn en hoort erbij. Ik probeer het “samen spelen en samen delen” te stimuleren door gezamenlijke activiteiten te ondernemen, zoals met z’n allen naar de speeltuin of kinderboerderij of naar buiten. Maar ook doe ik activiteiten met maar een paar kinderen tegelijk, zoals voorlezen, een spelletje. Het is fijn je even speciaal te voelen. Tijdens de rustige momenten dat we aan tafel zitten, komen er bij de kinderen hele gesprekken los. Ik let erop, dat iedereen die wat wil vertellen ook de kans krijgt en dat kinderen zover dit mogelijk is naar elkaar luisteren. Verlegen kinderen probeer ik door ze wat vragen te stellen bij het gesprek te betrekken. Verder stimuleer ik de kinderen om samen te spelen, samen iets te maken. Maar ook probeer ik de kinderen juist te leren hun eigen grens aan te geven en voor jezelf op te komen als ze onder gesneeuwd worden door een mondig kind.

De sociale competenties 

Een kinderdagverblijf biedt een optimale gelegenheid voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Gedurende de hele dag doen zich situaties voor waarin kinderen samen spelen, samen delen en samen conflicten proberen op te lossen. Ik zal de kinderen hier zoveel mogelijk in begeleiden. Ik doe dit door zelf het goede voorbeeld te geven; maar ook door gedrag van de kinderen te benoemen, het invoelingsvermogen te stimuleren en de kinderen waar nodig bij te sturen. Onder andere de volgende vaardigheden hebben mijn aandacht;
- Leren samen te spelen en te delen. - Leren elkaar te helpen - Leren luisteren naar elkaar. - Leren op te ruimen en zuinig te zijn op eigen spullen en die van een ander - Als kinderen elkaar pijn doen, of ruzie maken, het samen uit praten en het weer goed maken. - Respect hebben voor elkaar, maar ook voor jezelf durven opkomen - Bepaalde grenzen en sociale regels leren in verschillende situaties, ze accepteren en nakomen.

Persoonlijke competenties 

De persoonlijke competenties heb ik opgedeeld in de cognitieve ontwikkeling, de emotionele ontwikkeling en de motorische ontwikkeling.

Cognitieve ontwikkeling

Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, op zijn eigen manier en niveau. Uitgaande van de mogelijkheden van elk individueel kind worden spelmateriaal en activiteiten aangeboden die een beroep doen op de cognitieve ontwikkeling. Ik vind het belangrijk de kinderen de mogelijkheid te bieden zelf hun omgeving te exploreren en de mogelijkheden van diverse materialen te ontdekken. In het uiteindelijke resultaat van de activiteiten zal de individuele creatieve inbreng van elk kind een grote rol spelen.

Emotionele ontwikkeling 

Ik vind het belangrijk dat het kind zijn emoties kan uiten. Daarom probeer ik op de groep een sfeer te scheppen van veiligheid en geborgenheid en leren de kinderen respect te hebben voor elkaars gevoelens. Door er over te praten probeer ik de emoties van het kind een plek te geven. De wat oudere kinderen stimuleer ik emoties te verwoorden. Ik probeer er bijvoorbeeld achter te komen waarom een kind boos of verdrietig is en zoek dan samen naar een oplossing. Soms zal het kind het willen uitpraten, een ander keer wil het gewoon zijn boosheid uiten, even alleen zijn, of juist persoonlijke aandacht. Mijn uitgangspunt hierbij is dat ik per moment en per kind bekijk hoe ik op een goede wijze op de emoties van het kind kan reageren.

Motorische ontwikkeling

Grove motoriek

Gedurende het eerste levensjaar ontwikkelt het kind zich zeer snel en is de motorische ontwikkeling van maand tot maand te volgen. Het kind beschikt nog vrijwel uitsluitend over een grove motoriek. Deze bestaat onder andere uit zwaaien, kruipen, gaan staan, lopen, rennen, klimmen. Ik stimuleer de motorische ontwikkeling met name door aanbod van, op het kind afgestemd, spelmateriaal. Zoals; een rammelaar, babygym, en voor de oudere kinderen een glijbaan, schommel, de trap opklimmen, enz. Ook wordt tijdens het buitenspelen en bij activiteiten zoals dans of kringspelletjes aandacht besteed aan de grove motoriek.

Fijne motoriek

De fijne motoriek bestaat uit kleine bewegingen die je met je handen en vingers maakt. De fijne motoriek wordt gestimuleerd door met de kinderen te knutselen, tekenen, puzzelen, bouwen met constructie materiaal, enz.

Overdracht van normen en waarden

Om de kinderen bepaalde normen en waarden mee te geven die belangrijk zijn in onze samenleving, is het ten eerste belangrijk zelf als leidster het goede voorbeeld te geven. Kinderen leren op jonge leeftijd vooral door het in zich opnemen van wat er in de wereld om hen heen gebeurt. Ik ben me bewust van mijn voorbeeldfunctie en naast dat ik let op hun tafelmanieren of omgangsvormen, staat voorop om het kind te behandelen zoals je zelf ook het liefst behandeld zou willen worden. Normen en waarden die ik belangrijk vind zijn onder andere; niet vloeken, geen vieze woorden zeggen, niet slaan, knijpen en schoppen, vragen wanneer je iets wilt hebben, opruimen na het spelen, tafelmanieren; niet met volle mond praten, aan tafel blijven zitten tijdens het eten, je excuses aanbieden of een kusje geven om het weer goed te maken als er iets vervelens is gebeurd. Ik wil een huiselijke en warme sfeer scheppen waarin alle kinderen zich veilig en geborgen voelen en waar ieder kind zichzelf mag zijn. Het kind komt dan tot spel en hier door tot ontwikkeling. Ik denk dat een kind zich het prettigst voelt in een omgeving die uitdaging biedt, maar die tevens duidelijk en voorspelbaar is. Het hanteren van duidelijke regels, een herkenbare dagindeling met regelmaat en rustmomenten dragen hieraan bij.

Ieder kind is uniek

In de omgang met kinderen vind ik de volgende dingen erg belangrijk - Ieder kind is uniek - Als leiding wil ik veel liefde uitstralen naar het kind – Ik wil consequent zijn – Ik wil de kinderen kindgericht benaderen, aansluiten bij de behoefte, mogelijkheden en belangstelling van het kind. - Veel plezier samen hebben – Ik wil het kind positief benaderen, waardoor het een positief zelfbeeld kan ontwikkelen.

Door middel van een dergelijke omgang wil ik de vertrouwensband met de kinderen laten groeien, zodat ook de kinderen in hun ontwikkeling kunnen groeien.

Behalve het contact met de leiding en de kinderen, is ook het contact tussen de kinderen onderling belangrijk.

In de zorg voor de kinderen besteed ik tevens veel aandacht aan veiligheid, gezondheid en hygiëne. Het kinderdagverblijf is verantwoordelijk voor het welzijn van de kinderen tijdens het verblijf op “Het Lammetje”.

Groepsindeling

Nu ik nog alleen werkzaam ben bij het Lammetje hebben de kinderen mij als vaste leidster op de groep. Wanneer het kinderdagverblijf uitgroeit naar grotere of meerdere groepen is het belangrijk dat de kinderen altijd een vaste leidster op de groep hebben dus bij de indeling van de groepen zal ik er voor zorgdragen dat de kinderen altijd 1 vaste leidster hebben en op dezelfde stamgroep geplaatst worden. Wanneer het kind onverwachts een extra dagdeel komt of een dag wil wisselen zal mijn streven zijn om dit ook zoveel mogelijk toe te passen. Mijn visie is niet om uit te groeien naar een heel groot kinderdagverblijf. Maximaal drie groepen is mijn doelstelling dus er zullen in de toekomst een paar pedagogisch medewerkers worden aangenomen, maar van zo’n kleine omvang dat uw kind alle leidsters zal kennen en dat het god haalbaar blijft om de kinderen bij dezelfde stamgroep en leidsters in te delen. Ook wil ik altijd een paar lege plekken houden voor de kinderen die op flexibele dagen komen.

De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de stamgroep bedraagt ten minste: - 1 leidster per 4 aanwezige kinderen tot 1 jaar - 1 leidster per 5 aanwezige kinderen van 1 tot 2 jaar - 1 leidster per 6 aanwezige kinderen van 2 tot 3 jaar - 1 leidster per 8 aanwezige kinderen van 3 tot 4 jaar.

Aangezien ik echter in mijn eigen woning maar maximaal 6 kinderen mag houden zal ik bij meer als zes kinderen moeten uitzien naar een andere locatie. Mijn visie is wel om dan de huiselijke sfeer te behouden.

Bij kinderen van verschillende leeftijden in een groep wordt het gemiddelde berekend, waarbij naar boven wordt afgerond.

De groepen zijn verticaal, wat inhoudt dat kinderen van 0 tot 4 jaar bij elkaar in de groep zitten. 

Vier-ogen-beleid
Vanaf 1 juli 2013 is ook het zogenaamde vier-ogen-beleid ingevoerd. Dit betekent dat elk kinderdagverblijf er voor moet zorgen dat op elk moment van de dag meer dan 1 volwassene elke groepsruimte kan betreden. 

De opvang wordt op zodanige wijze georganiseerd, dat de beroepskracht zijn werkzaamheden kan verrichten terwijl zij/hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.

Omdat ik nog alleen werkzaam ben in het kinderdagverblijf heb ik een afspraak met mijn achterwacht dat er altijd een babyfoon aanwezig is en zij mij op elk moment van de dag kan horen wanneer ik als enige volwassene aanwezig ben op de opvanglocatie. Bij uitstapjes buiten de deur ga ik met de kinderen alleen naar locaties waar vel mensen aanwezig zijn zoals bijvoorbeeld de kinderboerderij of het winkelcentrum, zodat ik ook op die momenten niet alleen ben bij de kinderen. Wanneer het kinderdagverblijf mocht uitgroeien tot grotere of meerdere groepen zullen we ook van hetzelfde principe met de babyfoon gebruik maken wanneer er bijvoorbeeld 1 pedagogisch medewerker alleen achter zou blijven op de locatie.

De ouders

De ouders blijven het eerst verantwoordelijk voor de zorg en opvoeding van hun kinderen. Gedurende het verblijf van het kind in het kinderdagverblijf, neemt het kinderdagverblijf de verantwoordelijkheid tijdelijk van de ouders over. Daarbij wil ik de door mij geboden zorg en opvoeding zoveel mogelijk laten aansluiten op de verzorging die een kind thuis krijgt, echter voor zover dit in te passen is in het (pedagogisch) beleid en de mogelijkheden van mijn kinderdagverblijf. Een goed contact tussen de ouders en de leiding vind ik dan ook erg belangrijk. Wederzijds vertrouwen, openheid en eerlijkheid spelen hierbij een belangrijke rol. Naast het mondeling contact tussen de ouders en het kinderdagverblijf hanteer ik ook een boekje. Dit boekje, dat elk kind afzonderlijk heeft, is van belang voor de voortgang van het kind op het kinderdagverblijf. Het boekje wordt elke dag meegegeven aan de ouders en deze overhandigt het bij het volgende bezoek van het kind weer aan de leiding. Als het kind bijvoorbeeld de nacht ervoor niet goed geslapen  heeft, of last heeft gehad van krampjes, dan kan dat worden genoteerd. Zo kan de leiding zien waar rekening mee gehouden moet worden.

Ook kunnen bepaalde persoonlijke gegevens van het kind hierin worden beschreven door de ouders. Zo slaapt het ene kind graag op de buik maar een ander kind misschien juist niet. Niet de ouders schrijven wat op, ook de leiding schrijven in het boekje op de dagen wanneer het kind komt. Zo kan er bijvoorbeeld geschreven worden hoeveel het kind eet, dat het die middag niet heeft geslapen, wat we gedaan hebben op die dag, leuke dingen over het kind. Buiten het dagelijkse praatje om is dit boekje handig voor de samenwerking tussen ouders en de leiding. We schrijven in dit boekje tot het kind anderhalf is en stoppen dan met schrijven. Wanneer je als ouder wilt dat er doorgeschreven wordt kun je hierom vragen. Ik hecht er veel waarde aan dat de ouders tevreden zijn met de door mij geboden opvang. Ik sta dan ook te allen tijde open voor reacties van ouders.

Klachtenregeling

Wanneer ouders een klacht hebben kunnen ze het beste eerst met mij in gesprek gaan. Wanneer we hier samen niet uit komen kunnen ze met hun klacht naar een Klachtencommissie gaan die samengesteld zal worden. Bovenstaande is slechts een advies. U hebt ook de gelegenheid nemen om rechtstreeks naar de Klachtencommissie te gaan.

Het personeel

Wanneer het kinderdagverblijf mocht uitgroeien tot meerdere groepen zal ik extra personeel moeten aannemen en naar een andere locatie moeten verhuizen. Personeel is een belangrijke schakel tussen u en uw kind. Gemotiveerde en goede samenwerking zorgt ervoor dat de opvang van de kinderen goed verloopt. Ons personeel zal goed op hun taak worden voorbereid. Zij beschikken over praktische ervaring, een verzorgende instelling en een gedegen opleiding.  Een goede kennis op het terrein van veiligheid en E.H.B.O. is vereist, alsmede enige kennis op het gebied van gezondheid. Daarnaast is er kennis nodig van de ontwikkeling van 0 tot 4 jarigen op de diverse terreinen. Ik hecht veel waarde aan een goed sociaal, psychologisch en emotioneel inzicht in groepsprocessen. Uiteraard moeten zij ook over de noodzakelijke vaardigheden beschikken op het terrein van verzorging en hygiëne. Ik wil eventueel ook met BBL-ers gaan werken. (Beroepsbegeleidende leerweg. Leren in de praktijk)

Uitgangspunt in het functioneren van de leiding is het opvoeden in groepsverband. De leiding zorgt voor dagritme, groepsregels en gewoonten. Hierdoor ontstaat een groepsproces dat aan ieder kind in de groep duidelijkheid en houvast biedt. Daarnaast heeft de leiding binnen het groepsproces ook zorg en aandacht voor ieder individueel kind.

De leidsters moeten goed kunnen communiceren, zowel met de kinderen, ouders, als met elkaar en zij moeten met alle partijen een vertrouwensband kunnen opbouwen.

Van wezenlijk belang in het functioneren van de leiding is daarbij de houding die zij in het werk aannemen. In deze beroepshouding vind ik de volgende zaken belangrijk: - eerlijkheid - openheid - respect voor een ieder - een positieve, warme uitstraling - flexibiliteit - geduld - betrouwbaarheid

Tijdens de zorg voor de kinderen heeft de leiding direct te maken met de ouders. De samenwerking met de ouders betreffende de zorg voor en opvoeding van de kinderen is daarom een belangrijk onderdeel binnen het functioneren van de leiding.

Dagindeling

We zijn om 8.00 uur ‘s morgens open en sluiten om 18.00 uur. Op aanvraag eerder of langer. Deze tijden gelden voor alle werkdagen.                             

Tijden: 


08.00 uur - 08.30 uur
08.30 uur - 09.30 uur
09.30 uur - 10.00 uur
10.00 uur - 11.30 uur  
11.30 uur - 12.15 uur
12.15 uur - 15.00 uur


15.00 uur - 15.30 uur

15.30 uur - 16.15 uur
16.15 uur - 16.45 uur


16.45 uur - 18.00 uur

Activiteit(en)


Kinderen worden gebracht.
Kinderen spelen of we doen een activiteit.
Fruit eten, drinken, zingen, vertellen en voorlezen.
Verschoonronde, Buiten spelen, knutselen, activiteiten doen, spelen.
Bidden, samen brood eten, liedjes zingen
Er is gelegenheid tot slapen voor de kinderen die dit 
gewend zijn. De andere kinderen kunnen spelen, 
knutselen, boekjes bekijken of buitenspelen.
Drinken en een koekje eten. Zingen en een 
boekje lezen. Verschoonronde.
Binnen en/of buiten spelen. 
Warm eten met de kinderen die iets mee hebben.
De andere kinderen krijgen nog iets te drinken
en eten een crackertje of rijstwafel.
Spelen, voorlezen en een kringspelletje.             


Activiteiten

Ik stimuleer de ontwikkeling van de kinderen door ze allerlei verschillende materialen en activiteiten aan te bieden en ze te laten ontdekken wat je daarmee kunt doen. Onder creativiteit versta ik niet alleen het doen van allerlei handenarbeid activiteiten maar ook het doen van kringspelletjes, spelletjes aan tafel, het maken van en luisteren naar muziek, kijken naar poppenkast, boekjes voorlezen in de groep, bezig zijn met fantasie spelletjes. Bij handenarbeid activiteiten gaat het niet zozeer om het eindresultaat, maar gaat het vooral om het plezier dat de kinderen eraan beleven. Natuurlijk geef ik de kinderen complimentjes als het werkstuk af is. Het is leuk om te zien hoe de kinderen de verschillende eigenschappen van materialen ontdekken. Zo zullen kleine kinderen plaksel nog niet ervaren als iets waar je mee kunt plakken, maar als iets waar je lekker mee kan smeren en kliederen.


Verjaardag

Op de verjaardag wordt het lokaal met slingers versierd. De verjaardag van het kind wordt gevierd vanaf het moment dat we met alle kinderen aan tafel zitten. De jarige krijgt een feestmuts op. Ik zing samen met de kinderen verjaardagsliedjes voor het kind en het jarige kind krijgt een cadeautje en de jarige mag dan trakteren.

Door een kind op zijn verjaardag in het zonnetje te zetten, wil ik bijdragen aan een positief zelfbeeld van het kind. Bovendien leren de kinderen zo aandacht te hebben voor elkaar en ook aandacht te geven.

Een kindgerichte benadering houdt ook in dat we het verjaardagsfeest zoveel mogelijk aanpassen aan de behoeften, mogelijkheden en belangstelling van de jarige. Zo kijk ik goed of het kind zich wel op zijn gemak voelt. Als het kind bv. zijn feestmuts niet op wil, dan zet ik de muts op tafel. Wanneer het kind het niet prettig vindt om tijdens zijn verjaardagsfeest zo in de belangstelling te staan, probeer ik een andere manier om de verjaardag te vieren. Als het kind bijvoorbeeld niet alleen durft uit te delen, loop ik met het kind mee. 

Fruit eten/ drinken

We gaan met z’n allen aan tafel. Rond de klok van 9.30 uur. De kleine kinderen krijgen gepureerd fruit. De grote kinderen krijgen fruit in kleine stukjes in een bakje of op een bord aangeboden. Ze mogen zelf kiezen wat ze willen.  We proberen de kinderen te stimuleren om fruit te eten.  Ook gaan we drinken. Voor de kinderen tot 1 jaar is er diksap en voor de oudere kinderen is er roosvicee. Ze drinken uit een bekertje, na gelang ze het kunnen. Hierna zingen we liedjes met elkaar of lezen samen een boekje, of kijken naar de poppenkast, of praten we met elkaar over iets.

Spelen

We spelen binnen en buiten. Gaan op pad naar de winkel, kinderboerderij, speeltuintje of we gaan alleen een eind wandelen en kijken naar alle dingen die we onderweg tegenkomen.

Brood eten

We gaan ongeveer om 11.30 uur aan tafel. De handjes worden gewassen. We beginnen met bidden of een gebedje. De kinderen mogen zelf kiezen wat ze op brood willen. Op de eerste boterham mogen ze iets hartigs kiezen; appelstroop, pindakaas, smeerworst of smeerkaas. Wanneer een kind een bepaald beleg niet mag van een ouder, zal ik hier rekening mee houden.  Wanneer ouders anders willen houd ik hier rekening mee. Bij de hele kleintjes beginnen we meestal met smeerworst. We snijden de boterhammen in kleine stukjes. Als regel hanteer ik tot een jaar zonder korstjes, ligt ook een beetje aan het kind. Ik bied na de boterham melk aan, of ik stimuleer dit.  Na het eten en drinken lezen we een stukje uit de peuterbijbel met plaatjes of speciale prentenboekjes met verhalen uit de Bijbel. De plaatjes mogen ze dan bekijken. Hierna zingen we nog enkele liedjes.

Slapen

Gedurende de gehele dag bied ik op regelmatige tijden verspreid over de dag rustmomenten aan, bijvoorbeeld door voorlezen, rustig spel, of lekker even op schoot zitten. De kinderen die overdag nog slapen gaan zoveel mogelijk tegelijk naar bed: na de lunch rond 12.30 uur. Kinderen die overdag meer dan één keer slapen, of die de behoefte hebben aan slapen op een ander tijdstip van de dag, worden naar behoefte naar bed gebracht. Kinderen die overdag niet meer slapen bied ik tussen de middag gelegenheid tot uitrusten doormiddel van spel of voorlezen.

Ik ben van mening dat kinderen behoefte hebben aan duidelijkheid, het naar bed brengen verloopt daarom volgens een vaste gewoonte en volgorde

Handen en gezicht wassen

Plassen/verschonen/omkleden(alles uit het haar, armbandjes af),
Naar de slaapruimtes gaan,
In bed leggen en toedekken,
Van ieder kind even afscheid nemen.
Bij het naar bed brengen wil ik een sfeer van veiligheid en geborgenheid bieden en de vertrouwensband tussen de leidsters en kinderen bevorderen. De kinderen krijgen hun knuffel en/of speentje mee naar bed.  Als ouders specifieke wensen hebben t.a.v. het slapen van hun kind (bijvoorbeeld niet langer dan 1 uur slapen), dan houd ik daar zoveel mogelijk rekening mee.

De knipjes, elastiekjes gaan uit de haartjes, de armbandjes, ringetjes gaan af in bed. De baby’s worden altijd op de rug gelegd tenzij anders gewenst door de ouders (voor buikslapers heb ik een formulier die ouders moeten ondertekenen). Wanneer de kinderen slapen, ga ik regelmatig even kijken.

Zindelijk worden

Alle kinderen die nog een luier om hebben worden tenminste 2 keer per dag verschoond. Vanzelfsprekend wordt er bij de kinderen tussendoor ook regelmatig gekeken of hij of zij een vieze luier heeft en deze wordt dan verschoond. Ik heb vaste verschoontijden. Zodra ouders thuis beginnen met de zindelijkheidstraining, haken we er als kinderdagverblijf op in. Thuis geen luier, dan in het kinderdagverblijf ook geen luier meer voor. Anders zou het heel onlogisch voor het kind zijn. Regelmatig vragen of hij of zij moet plassen. Telkens serieus nemen wanneer het zegt dat hij of zij moet plassen, ook al komt er op dat moment geen plasje. Ook al is het nog maar tien minuten geleden dat het kind naar de wc is geweest, het steeds serieus nemen. Als het kind angstig is, ga ik mee naar het toilet, ik blijf bij het kind, geef hem/haar een stukje veiligheid. Sommige kinderen willen dat je weg gaat, dit doe ik dan ook. (ligt natuurlijk wel aan de leeftijd en zelfstandigheid van het kind. Stukje privacy. Ik stimuleer de training met als beloning een stickertje plakken op een zindelijkheidskaart. Ik laat ieder kind in zijn waarde. Ik wijs het kind niet af wanneer het in zijn broek heeft geplast. Ter bevordering van de hygiëne neem ik een aantal maatregelen: - Het afvegen van de billen van de kinderen wordt door de leidster gedaan, dan wel gecontroleerd bij oudere kinderen. - Na het toiletgebruik wast ieder kind zijn/haar handen. Ook de leidsters wassen na iedere verschoning hun handen. - De toiletruimte wordt dagelijks schoongemaakt.

Warm eten

De kinderen die warm willen eten nemen dit mee naar het kinderdagverblijf, rond 16.30 uur ga ik met die kinderen aan tafel.  De kinderen die het zelf kunnen mogen zelf eten.

Begeleiding en deskundigheid

Het spreekt voor zich dat kinderen door de kinderopvang op een goede en verantwoorde manier worden opvangen. De groepsleidsters hebben allemaal een kindgerichte opleiding op MBO of HBO niveau. Ze hebben een kindgericht EHBO-diploma of gaan deze nog volgen. Ook hanteer ik regels zoals; geen hete dranken drinken wanneer je een kind op schoot hebt, enz.

Persoonlijke dingen van het kind

Ieder kind heeft een eigen mandje met naam. Hier liggen persoonlijke spulletjes in.  Ook heeft elk kind tot de leeftijd van anderhalf een heen en weer schrijf boekje.

Ziekte

Het kan gebeuren dat het kind ziek wordt. Ik houd het kind zo goed mogelijk in de gaten. Mocht het nodig zijn dan bel ik de ouders. Op het inschrijfformulier staat of het kind de gebruikelijke inentingen heeft gehad. Bij eventuele uitbraken van epidemieën hanteer ik de adviezen van de GGD. Ouders moeten tijdig kinderziektes doorgeven.

GGD

Het GGD rapport dat jaarlijks opgemaakt wordt ligt ter inzage op de locatie. Risico en veiligheidsinventarisatie worden jaarlijks uitgevoerd door het personeel en gecontroleerd door de GGD.

Stagiaires

Stagiaires zijn binnen de groepen boventallig en dragen meestal geen groepsverantwoordelijkheden. Deze verantwoordelijkheden behoren toe aan de pedagogisch medewerksters. We onderscheiden BOL-, BBL- en Helpende Welzijn-stagiaires. BBL-ers mogen vanaf de start van hun stage opklimmend worden ingezet als tweede leidster op een groep die twee groepsleidsters nodig heeft. Zij zullen na verloop van tijd dus wel bepaalde groepsverantwoordelijkheid dragen. Pas wanneer het kinderdagverblijf uitgroeit naar grotere of meerder groepen zullen we gebruik kunnen maken van stagiaires en/of BBL-ers of BOL-ers.

De opvanglocatie

De opvang zal eerst plaats vinden in mijn woning, wanneer er echter meer aanvragen komen dan toegestaan is in een woonhuis (dit houdt in maximaal 6 kinderen per dag) zal ik uitzien naar een grotere locatie en zullen er meerdere groepen en leidsters komen. Het pedagogisch beleidsplan is zodanig opgesteld dat het al geschreven is volgens mijn visie die ik heb met het oog op de toekomst. In het begin heb ik nog geen zes kinderen per dag op de groep en zullen sommige onderdelen van het pedagogisch beleidsplan nog wel eens anders verlopen. Mijn idee is wel om een duidelijk verschil te maken met een gastouder aan huis. Ik probeer een goede combinatie te maken van, in mijn ogen, de sterke punten van een kinderdagverblijf gecombineerd met de sterke punten van een gastouder. De gezellige warme huiselijke sfeer van een gastouder, omdat ik denk dat kleine kinderen zich daar veilig en thuis bij voelen. En het dagritme van een kinderdagverblijf omdat ik van mening ben dat het voor kleine kinderen goed is om een duidelijke structuur en regelmaat te hebben. Hoewel de opvang momenteel nog plaats vindt in mijn eigen huis is de ruimte overdag volledig ingericht en in gebruik als kinderdagverblijf.

De gehele opvanglocatie is altijd rookvrij.